|
algemene informatie over drugs
wat zijn drugs | waar komen
drugs vandaan | hoe gemakkelijk raak je
aan de drugs | hoe ga je om met het
drugs gebruik van een ander | meer
informatie en hulp
Wat zijn drugs
Alle soorten drugs hebben gemeen dat het stoffen zijn die
de hersenen op een bepaalde manier prikkelen. Die hersenprikkels
veroorzaken verschillende geestelijke en lichamelijke effecten.
Deze effecten kunnen stimulerend zijn, of juist verdovend,
of bewustzijnsveranderend. Daarmee wordt bedoeld:
[omhoog]
Stimulerend: bij gebruik
van middelen met een stimulerend effect krijg je het gevoel
meer energie te hebben en alerter te zijn. Voorbeelden van
middelen met een stimulerende werking zijn cocaïne en amfetamine
(speed), maar ook tabak en koffie.
Verdovend: hierbij krijg
je het effect van een slaperige roes. Door de kalmerende en
ontspannende werking worden de scherpe kantjes van het leven
wat minder scherp, of soms volledig weggedrukt. Voorbeelden
van middelen met een verdovende werking zijn heroïne en andere
opiaten, maar ook alcohol en slaapmiddelen.
Bewustzijnsveranderend: bij
het gebruik hiervan veranderen stemming en waarneming: de
wereld ziet er (heel) anders uit. Voorbeelden van middelen
met een bewustzijnsveranderende werking zijn LSD, paddo's
en andere tripmiddelen.
Het onderscheid tussen de werking van verschillende drugs
is niet altijd even scherp te maken. Sommige middelen hebben
een gemengd effect. XTC is enerzijds oppeppend, en anderzijds
verandert het de waarneming. Hasj en weed kunnen, afhankelijk
van de hoeveelheid en de situatie, tegelijk bewustzijnsveranderend
en versuffend werken.
[omhoog]
Waar komen drugs
vandaan
Drugs komen oorspronkelijk uit de natuur. Hasj en marihuana
komen van de hennepplant. Sterkere bewustzijnsveranderende
middelen zijn bijvoorbeeld te vinden in de peyote-cactus en
in sommige paddestoelen. Cocaïne wordt uit de bladeren van
de coca-plant gehaald. Opium, de basis van morfine en heroïne,
is een product van de papaverplant. Vanaf het begin van de
negentiende eeuw is geleidelijk aan ontdekt wat precies de
werkzame stoffen in de natuurproducten zijn. Een aantal van
deze stoffen bleek ook in laboratoria te kunnen worden nagemaakt.
Er zijn ook drugs uitgevonden in het laboratorium. Voorbeelden
daarvan zijn LSD, XTC en benzodiazepinen, zoals Valium en
Seresta. Druggebruik is niet alleen een verschijnsel van deze
tijd. De oudste aanwijzingen dateren van 7000 jaar geleden.
Oudere culturen hebben te weinig sporen nagelaten om er conclusies
aan te verbinden. Wel kan gesteld worden dat druggebruik heel
oud is en dat er vermoedelijk altijd wel mensen zijn geweest
die drugs gebruikten. Wie gebruiken drugs en waarom? Veel
mensen komen voor het eerst in contact met drugs als ze jong
zijn. De drijfveer is dan vaak een mengeling van meedoen met
anderen, stoer doen, het verkennen van grenzen, nieuwsgierigheid,
het verdrijven van verveling en het zoeken van spanning. Ook
trends kunnen een grote rol spelen. In veel gevallen weet
iemand die voor het eerst drugs gaat gebruiken niet waarvoor
hij kiest, omdat hij de eigenschappen en risico's van een
bepaalde drug onvoldoende kent. Of iemand daarna doorgaat
met gebruiken ligt aan de persoon, maar ook aan zijn omgeving.
Wanneer de directe omgeving en met name de vriendenkring het
gebruik accepteert of afwijst, dan heeft dat meestal grote
invloed. Soms wordt er meegedaan, maar soms kan druggebruik
tot gevolg hebben dat iemand zijn vriendenkring gaat veranderen.
Er bestaat echter geen enkele drug die mensen tegen hun eigen
wil in kan gaan overheersen. Druggebruik is in eerste instantie
altijd een keuze van jezelf. Wie drugs gebruikt, kiest daar
dus voor. Wel kan het zijn dat gebruik overgaat in misbruik.
Het kan bijvoorbeeld zijn dat het druggebruik voor iemand
een middel is geworden om de werkelijkheid te ontvluchten.
Wanneer je dan nog een stap verder gaat is er eigenlijk geen
sprake meer van een keuze: je bent dan afhankelijk geworden
van het middel. Dat gebeurt niet automatisch van de ene dag
op de andere. Dat ligt aan het middel dat gebruikt wordt,
aan de persoon zelf en aan de situatie waarin hij of zij verkeert.
Anders dan veel mensen denken, raakt niet iedereen die drugs
gebruikt er ook verslaafd aan. Veel gebruikers, en vooral
softdruggebruikers, stoppen na enige tijd.
[omhoog]
Hoe gemakkelijk
raak je aan de drugs
Hoe gemakkelijk je drugs gaat gebruiken, hangt niet alleen
van de werking van de drugs af, maar ook van andere factoren
zoals je persoonlijkheid, je omgeving en de redenen om te
gebruiken. Gebruiken omdat je je rot voelt is bijvoorbeeld
riskanter dan gebruiken wanneer je lekker in je vel zit. Het
maakt uit hoe vatbaar iemand is voor de effecten van een drug.
De drempel is voor velen hoger wanneer er illegale drugs gebruikt
worden dan wanneer het gaat om middelen zoals alcohol of medicijnen.
Gebruik van laatstgenoemde soorten wordt gemakkelijker geaccepteerd.
Dit brengt weer een ander risico met zich mee: meer mensen
zullen het gebruiken, en daarmee wordt de kans op problemen
groter. Geen enkele drug leidt bij eenmalig gebruik tot verslaving.
Geheel willoos aan de drugs raken is dus uitgesloten. Gebruik
van softdrugs leidt niet automatisch tot gebruik van harddrugs.
Wel kan iemand op een harde manier softdrugs gebruiken door
overmatig gebruik. Dat kan de wereld van de harddrugs dichterbij
brengen. Want verkoopkanalen overlappen elkaar soms: er zijn
hasjdealers die ook wel eens cocaïne, speed of XTC in de aanbieding
hebben. In coffeeshops, waar geen harddrugs verkocht mogen
worden, zal dit echter niet zo snel gebeuren. De politie oefent
hier strenge controle op uit. Maar ook wanneer iemand op een
toevallige manier met harddrugs begint, is er nog steeds de
persoonlijke keuze: het is aan de gebruiker om wel of niet
op zo'n aanbod in te gaan. Het is dus ook niet zo dat anderen
je moedwillig verslaafd kunnen maken, bijvoorbeeld door 'iets
in je cola te doen'. Een dealer bedenkt zich wel drie keer.
Hij krijgt er geen klanten door maar raakt wel zijn dure spul
kwijt. Iemand die wil gebruiken kan - en zal - er overal aan
weten te komen. En iemand die niet wil, zal nooit gedwongen
kunnen worden. Zijn drugs verslavend? Van verslaving word
gesproken wanneer je afhankelijk van het middel wordt. Je
kunt onderscheid maken tussen lichamelijke afhankelijkheid
en geestelijke afhankelijkheid. We spreken van lichamelijke
afhankelijkheid als het lichaam protesteert wanneer met het
gebruik van een middel wordt gestopt (ontwenningsverschijnselen).
Tolerantie is een ander lichamelijk verschijnsel. Dit betekent
dat je bij regelmatig gebruik steeds meer nodig hebt om hetzelfde
effect te voelen. Tolerantie en lichamelijke afhankelijkheid
zijn verschijnselen die worden veroorzaakt door de aard van
het middel. Er zijn middelen die beide verschijnselen met
zich mee brengen, maar dat hoeft niet. Bij bepaalde middelen
treedt geen van beide verschijnselen op. Geestelijke afhankelijkheid
houdt in dat de gebruiker het idee heeft niet goed te kunnen
functioneren zonder het middel, en dus steeds het middel opnieuw
wil gebruiken. In feite kun je geen onderscheid maken tussen
drugs die geestelijk verslavend zijn en drugs die dat niet
zijn, want dat risico is bij alle drugs aanwezig. Maar of
geestelijke afhankelijkheid optreedt, ligt veel meer aan de
gebruiker en zijn of haar persoonlijke situatie dan aan het
middel. Het is belangrijk je af te vragen hoe graag, hoe vaak
en in welke mate je als gebruiker de effecten van een bepaald
middel wilt ervaren. Het is dus moeilijk iets te zeggen over
het risico van afhankelijkheid voor ieder middel, vanwege
de individuele verschillen van de gebruikers. Zo kan de ene
gebruiker snel geestelijk afhankelijk zijn van hasj, terwijl
de andere gebruiker daar geen last van krijgt. Maar die kan
op zijn beurt weer snel aan een ander middel verslingerd raken.
Toch kun je in praktijk wel vaststellen dat de ene drug tot
minder verslavingsproblematiek leidt dan de andere drug. Wanneer
iemand echt afhankelijk van een drug is geworden, is het vaak
moeilijk om er weer vanaf te komen. Bij veel soorten harddrugs
en bij slaap- en kalmeringsmiddelen is de neiging erg groot
om weer naar het middel te grijpen, omdat het gebrek eraan
lichamelijk of geestelijk als heel onaangenaam wordt ervaren.
[omhoog]
Hoe ga
je om met het drugsgebruik van een ander
De kans is groot dat je geconfronteerd wordt met druggebruik
van iemand die je goed kent. Misschien gebruikt iemand binnen
je familie, je vriend(in) of iemand in je vriendenkring. Het
is moeilijk te zeggen hoe je daarmee om moet gaan. Iemand
verbieden of afraden drugs te gebruiken helpt meestal niet.
Maar wat werkt dan wel? Zorg ten eerste dat je goede informatie
verzamelt over drugs. Het is belangrijk dat je met iemand
die gebruikt over het onderwerp praat zonder vooroordelen.
Als je je zorgen maakt over het gebruik van een ander, kun
je er alleen maar op die manier achter komen hoeveel en waarom
de ander eigenlijk gebruikt. Zwaar gebruik duidt op problemen
waar iets aan gedaan kan worden. Die persoon moet de problemen
zelf oplossen, zonodig met hulp van anderen. Wat 'zwaar gebruik'
is hangt overigens af van het middel, hoe vaak het gebruikt
wordt en waarom. Wees duidelijk over de grenzen die je stelt,
voor de ander en voor jezelf. Probeer je aan afspraken te
houden wanneer je die maakt. Vraag op tijd advies en zoek
eventueel hulp. Want praten met mensen die echt afhankelijk
zijn geworden van drugs is een stuk moeilijker. Zij zijn meesters
in het ontkennen van hun gebruik. Ze weten vaak heel goed
waar ze mee bezig zijn en waarom ze het doen. Zo'n gesprek
mondt dan snel uit in de persoonlijke achtergronden of maatschappelijke
omstandigheden van de gebruiker, en de zin van zijn of haar
leven. Zo'n gesprek is meestal niet gemakkelijk: het is specialistenwerk.
[omhoog]
Meer informatie
en hulp
Voor meer informatie en hulp kun je terecht bij de Instellingen
voor de Verslavingszorg (ook wel
Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD) genoemd).
Ook bij de GGD kun je meer informatie krijgen. Deze instellingen
zijn te vinden in elke grote en middelgrote stad (zie
de telefoongids of bel de Drugs Informatielijn: tel. 0900-1995).
[omhoog]
|